Omdat methylkwik gevormd wordt in aquatische systemen en zich niet makkelijk uit organismen laat verwijderen, bioaccumuleert het in aquatische voedselketens van bacteriën naar plankton, naar grote ongewervelden, en van daar naar herbivore (plantenetende) vis en dan naar piscivore vissen.

Dit komt doordat methylkwik een halveringstijd heeft van ongeveer 72 dagen in aquatische organismen zodat het zich ophoopt in deze voedselketens. Organismen, mensen inbegrepen, visetende vogels, zoogdieren zoals otters, inktvissen en walvissen, die vis eten, krijgen het methylkwik binnen dat zich zo ophoopt in hun lichaam.

Vis en andere waterdieren als weekdieren, oesters en paling zijn de enige belangrijke bron van menselijke blootstelling aan methylkwik.

Het gehalte methylkwik hangt af van het soort vis, de leeftijd en de grootte ervan en van het type water waarin het werd aangetroffen.

In het algemeen bevat visetende vis zoals witte haai, zwaardvis, zeilvis, grotere soorten tonijn, breedbekbaars, Atlantische zalm en snoek hogere gehaltes methylkwik dan herbivore of kleinere vis zoals tilapia, haring en paling.

Binnen een gegeven vissoort zijn er bij oudere en grotere vissen meestal hogere concentraties methylkwik aanwezig. Ook vissen die opgroeien in water met een hogere zuurtegraad hebben meer kans om grotere concentraties methylkwik te bioaccumuleren.

In Irak werd in de jaren '60 en '70 tarwe behandeld met methylkwik als conserveringsmiddel. Dit tarwe werd dan gezaaid en gevoerd aan dieren en geconsumeerd door mensen.

De woorden wat zijn onderstreept, kun je met de cursor of vinger aanraken en dan zie je een link eronder verschijnen die je door verwijst naar wikipedia voor de volledige info..

- V -