Kwikbestanddelen worden opgenomen via de luchtwegen, mond en darmslijmvliezen en migreren via het bloed door het hele lichaam. Kwik bindt zich aan moleculen en structuren die zwavel bevatten, zoals glutathion, cysteïne en de zwavelatomen in vitamine B1, biotine en liponzuur, diverse eiwitten, enzymen en celreceptoren.

Daarnaast bindt het zich aan amino-stikstof-verbindingen, die o.a. voorkomen in het DNA. Plaatsen waarvan is aangetoond dat kwik zich ophoopt en zijn schadelijke werking uitoefent zijn de hersenen, zenuwen, rode bloedcellen, gewrichten, lever, (bij)nieren, milt, schildklier, de foetus en moedermelk.

In studies bij mensen en proefdieren is aangetoond, dat kwik neuro- en nefrotoxisch (schadelijk voor hersenen, zenuwen en nieren) is en diverse biochemische en immunologische processen kan verstoren. Hierdoor kunnen klachten, zoals vermoeidheid, geheugen- en concentratieproblemen, neurologische klachten, gedragsveranderingen, endocriene stoornissen, allergieën en auto-immune processen manifest worden.

Kwik verandert de celmembraanpermeabiliteit (lekkende darmwand). Zo maakt kwik de bloed-hersenbarrière meer permeabel, waardoor alle toxines gemakkelijker vanuit het bloed de hersenen binnen kunnen dringen om daar hun schadelijke effecten uit te oefenen.

Het verandert de driedimensionale structuur van moleculen, waardoor deze niet meer goed hun functie kunnen uitoefenen, zoals bepaalde enzymen, eiwitten, hormonen e.d.

Kwik bindt zich makkelijk aan moleculen met zwavelbruggen, zoals glutathion. Hierdoor worden deze moleculen onwerkzaam. Glutathion is bijvoorbeeld nodig voor de ontgifting van zware metalen en andere toxines en het wegvangen van vrije radicalen (oxidatieve stress). Oxidatieve stress kan leiden tot beschadiging van allerlei organen en systemen, zoals de mitochondriën, het energieproducerende systeem in alle lichaamscellen.

Kwik remt de werking van vele enzymen, waardoor de enzymreacties sterk vertraagd optreden. Voorbeelden zijn remming van acetylcholinesterase, waardoor er problemen in de prikkelgeleiding in het zenuwstelsel ontstaan. Het remt diverse enzymen betrokken bij de energieproductie, zoals succinicdehydrogenase, ATP-ase en glucose-6-fosfatase met vermoeidheidsklachten tot gevolg. Daarnaast verstoort het de werking van diverse spijsverteringsenzymen (1.amylase, 2.lactase, 3.maltase, 4.lipase en 5.DPP-IV), waardoor er maag- en darmklachten en ontlastingsproblemen kunnen optreden.

1. Amylase is één van de vele enzymen die gemaakt worden door de alvleesklier (pancreas). Alvleesklierenzymen zijn eiwitten die zorgen voor vertering van vetten, eiwitten en suikers. Amylase helpt suikers uit het voedsel te verteren. Amylase wordt niet alleen door de alvleesklier gemaakt maar ook door de speekselklieren.

2. Enzym dat in de darmen melksuiker (lactose) omzet in melkzuur.

3. Maltase is een enzym dat de disacharide maltose afbreekt door middel van hydrolyse in 2 moleculen alfa-glucose. Maltose reageert hierbij met een watermolecuul. Het wordt in allerlei soorten organismen gevonden, van planten tot bacteriën en gist tot mensen.

4. Lipasen zijn enzymen die vetten splitsen in glycerol en vetzuren. Ze verbreken de esterverbindingen door middel van hydrolyse. Bij de mens komen verschillende typen lipasen voor, zoals alvleesklierlipase, leverlipase, lysosoomlipase, maaglipase, endotheellipase en verschillende fosfolipasen.

5. DPP-IV betekent Dipeptidyl peptidase IV en behoort tot de exopeptidase klasse van proteolytische enzymen. Deze stoffen splitsen zowel N- als C terminus aminozuur residuen van eiwitten. De C-Terminus bestaat uit een aminozuur met een ongebonden carboxylgroep.

- V -