Qua industrialisatie waren er 4  belangrijke fasen: 

‘ Voorbereidingsfase’ (ca.1700-1760). De Industriële Revolutie werd mogelijk gemaakt door wetenschappelijke verbeteringen en uitvindingen in de landbouw en nijverheid, met name in de jaren 1700-1760.

De uitvindingen uit deze periode staan bij het  hoofdstuk beschreven : Oorzaken.

 

1 .  Eerste Industriële Revolutie (ca.1760-1867). Vanaf de jaren 1760 begon de Industriële Revolutie in Engeland van de grond te komen, met name door  textielmachines en de stoommachines van de Schotse ingenieur James Watt (1736-1819). Naast stoommachines was de komst van stoomtreinen en stoomschepen cruciaal. In de fase werd veel ijzer gebruikt.

 

2 . Tweede Industriële Revolutie (ca.1867-1914), ook wel ‘ technologische revolutie’ genoemd. Vaclav Smil gebruikte in 2005 ‘Het tijdperk van de synergy’ als benaming voor deze versnelling in de industrialisatie, specifiek de jaren 1876 -1914. Naast stoomkracht en ijzer, doen elektriciteit en staal hun intrede. Dit tijdperk kenmerkte zich door talloze revolutionaire uitvindingen, zoals gloeilampen, de auto, fotografie, telegrafie, vliegtuigen, radio en film.

 

3 . Derde Industriële Revolutie (20e eeuw) of ‘Digitale Wereld‘. Deze omwenteling kenmerkt zich door allerlei uitvindingen die de communicatie veranderd hebben, zodat globalisering mogelijk werd. Dit begon met de telegraaf, telefoon en film. Vooral na de 2de Wereldoorlog trad een enorme spurt in van de Derde Industriële Revolutie en kwamen televisie, computers, internet, mobiele telefoons etc. op.

- V -