Oorzaken van de Industriële Revolutie & belangrijke uitvindingen

De Industriële Revolutie begon in de achttiende eeuw in Engeland, voorafgegaan door belangrijke veranderingen en uitvindingen die toegepast werden in de landbouw, mijnbouw en nijverheid. Aan het op gang komen van de Industriële Revolutie lagen de volgende omstandigheden ten grondslag:

1 . Wetenschappelijk denken en Verlichting. Vanaf ongeveer 1600 vond in Engeland een nijverheidsrevolutie plaats en in heel Europa een wetenschappelijke revolutie. Wetenschappelijk denken werd daarna versterkt door Verlichting en legde de basis voor een rationalistischer manier van bedrijfsvoering in de landbouw en huisnijverheid.

2 . Uitvindingen in landbouw, mijnbouw & nijverheid. In Engeland wist de Britse landadel enkele verbeteringen in de mijnbouw en landbouw door te voeren in de eerste helft van de achttiende eeuw. Belangrijk was de waterpomp op stoom die mijngangen kon leegpompen, in 1709 uitgevonden door Thomas Newcomen (1664-1729). 

In hetzelfde jaar 1709 ontdekte Abraham Darby (1678-1717) een manier om ruwijzer te maken in hoogovens, met steenkool in plaats van houtskool. En de zaaimachine van Jethro Tull (1674-1741) uit 1701 maakte het zaaien makkelijker, terwijl de duurzame en lichte Rotherham ploegschaar (Rotherham Plough) uit 1730 – van uitvinder Joseph Foljambe (ca.1695-1750) – het ploegen aanzienlijk verbeterde.

Door dit soort uitvindingen nam de opbrengst in de landbouw, mijnbouw en nijverheid aanzienlijk toe en groeide op langere termijn ook de Engelse bevolking. Door de groeiende opbrengsten waren er minder mensen nodig in de landbouw en kwam er ruimte voor mensen om zich te specialiseren en in de opkomende industrieën te gaan werken. De volgende vijf Engelse uitvindingen, die cruciaal voor de opkomst van de industrialisatie, moeten nog genoemd worden:

1 .  De in 1733 uitgevonden schietspoel (flying shuttle) van John Kay (1704-1779);

2 .  De Spinning Jenny uit 1764, een snelle weefmachine van James Hargreaves (1720-1778). Deze twee uitvindingen zorgen voor een grote productietoename in de textielnijverheid;

3 .  Het waterframe – een spinmachine op waterkracht als verbeterde versie van de Spinning Jenny – van Richard Arkwright (1732-1792) uit 1769;

4 .  De door James Watt (1736-1819) in 1769 verbeterde stoommachine van Newcomen;

5 . De dorsmachine van de Schot Andrew Meikle (1719-1811) uit 1784.

Rust & grondstoffen in Engeland.

Het feit dat Engeland een voorsprong nam had enkele oorzaken. Engeland liep vooral voorop vanwege het feit dat er op zijn grondgebied niet gevochten werd. Engeland deed wel mee aan de Napoleontische Oorlogen, maar het Engelse territorium liep in de achttiende eeuw en negentiende eeuw geen oorlogsschade op. Economisch deed Engeland het beter, er was politieke stabiliteit en hierdoor rust en ruimte voor de wetenschap en techniek om zich goed te ontwikkelen. Engeland had een enorm koloniaal rijk en was in de achttiende eeuw dé leidende wereldmacht, met name op zee.

Rond 1900 had Engeland zelfs een kwart van de wereld ‘in bezit’. Omdat Engeland beschikte over grondstoffen als steenkool en ijzererts, en daarbij veel grondstoffen uit zijn koloniën kon halen ( zoals rubber, goud en katoen ) , beschikte het land over alles wat nodig was om fabrieken mét machines te bouwen: ijzererts om fabrieken en machines in elkaar te zetten en steenkool om stoom te creëren waarmee de machines aangedreven werden.

.V.V.